Oefenen tegen spreekangst werkt voor tieners beter dan mijn diepgaande traject. Hier leg ik uit waardoor dit zo is.
Vaker krijg ik de vraag: “Mijn zoon/dochter heeft spreekangst, kan ik mijn kind bij jou aanmelden?”
Het korte antwoord: Nee.
Het traject dat ik doe is niet geschikt voor jongeren. Voor dit traject is het nodig dat iemand psychologisch volwassen is. Ik houd zelf een minimumleeftijd aan van 25 jaar, maar vanaf 28 jaar werkt dit traject het best.
Voor jongeren zijn trainingen in sociale vaardigheden of een assertiviteitstraining beter. Deze worden gegeven via school, gemeente of lokale welzijnsorganisaties. Soms biedt een lokale GGZ-instelling deze aan. Mijn advies is om aan de decaan of studiebegeleider van school te vragen of er dergelijke trajecten beschikbaar zijn. Ze zijn eenvoudiger dan dit en vaak zijn de resultaten goed.
Waarom verschillende aanpakken voor verschillende leeftijden?
Bij een bepaalde leeftijdsfase hoort een bepaalde aanpak.
Een mens ontwikkelt zich via een aantal psychosociale fasen. Grofweg zijn dit de fasen in het jonge leven:
Een baby (0–1 jaar) is bezig met vertrouwen: kan ik op de wereld en mijn verzorgers vertrouwen? Zo ja, dan geeft dit in de basis vertrouwen en hoop.
Een peuter (1–4 jaar) ontwikkelt zelfstandigheid en is bezig zijn/haar lichaam onder controle te krijgen. Als dit lukt, ontstaat er wilskracht en autonomie.
Een kleuter (4–7 jaar) wil verkennen en initiatief nemen. Gebruikt veel fantasie om de wereld kleur te geven. Als dit goed gaat, ontstaat er motivatie, ambitie en doelgerichtheid.
Een schoolkind (7–12 jaar) is bezig vaardigheden te leren en vergelijkt zich met anderen. In deze fase ontstaan competentie en zelfvertrouwen.
Een puber (12–18 jaar) is bezig te ontdekken wat hij of zij wil. Het kind zet zich af tegen de familie en gaat een eigen koers varen.
Een adolescent (18–27 jaar) is bezig met identiteitsvorming: ‘Wie ben ik?’ Hierna heeft de jongvolwassene een eigen identiteit ontwikkeld waaraan hij trouw kan blijven.
In het Terra Traject, dat ik doe met mensen om spreekangst op te lossen, krijgt iemand in vogelvlucht te zien hoe hij zijn leven heeft opgebouwd en welke besluiten hij heeft genomen in relatie tot de familie waar hij uitkomt. Iemand leert ook besluiten uit het verleden los te laten die nu niet meer dienstbaar zijn of die bij spreekangst juist in de weg zitten.
Om dat goed te kunnen doen, heb ik nodig dat iemand zijn jong-adolescentiefase heeft doorlopen. Een tiener zit vaak nog in de losmaakfase waarin hij of zij zichzelf aan het ontdekken is. Dit traject in die fase is niet altijd helend of behulpzaam.
Wat past wel bij tieners met spreekangst?
Spreekangst bij kinderen manifesteert zich vaak voor het eerst in de schoolkindfase, waarin een kind zich ook gaat vergelijken met klasgenoten. Het toetst in deze leeftijd ideeën en voorbeelden die het in het gezin heeft gezien en zoekt vaak bevestiging.
In de jaren erna is het karakter van een kind of tiener nog heel flexibel: nieuwe ervaringen kunnen gemakkelijk nieuwe vorm geven aan de besluiten die het kind of de tiener over zichzelf heeft genomen. Dat wil zeggen: oefenen helpt.
Oefenen, het liefst onder begeleiding en met andere strategieën om nieuwe ervaringen op te doen.
Een kind zal in een socialevaardigheidstraining bijvoorbeeld leren: goed luisteren; een gesprek beginnen; ‘nee’ zeggen; een mening geven; grenzen aangeven; complimenten geven en ontvangen, maar ook: omgaan met emoties; conflicten aangaan; en omgaan met groepsdruk.
Meer manieren van handelen leren, oefenen en ervaren dat deze nieuwe manieren werken en betere uitkomsten geven, helpt vaak om spreekangst bij jongeren te verminderen.
Mocht het hardnekkig blijven, dan is er vanaf 25 jaar de mogelijkheid om dit op een dieper niveau te onderzoeken, zoals in mijn Terra Traject.



